BRON: FEM
de week, 5 January 2002
Patstelling
De vliegtuig bouwer Euro-ENAER
vecht voor zijn bestaan. Vier jaar lang heeft het
Helderse bedrijf gewerkt aan een nieuw vliegtuigje
van Nederlandse bodem, maar nu de productiefase in
zicht is, dreigt faillisement. Een conflict tussen
aandeelhouders maakt redding niet gemakkelijker.
Het was een gedenkwaardig
moment in juli 1997. Twee maanden nadat de laatste
Fokker 50 uit de hangar op Schiphol-Oost was gerold,
maakte het gloednieuwe bedrijfje Euro-ENAER bekend
dat het in Den Helder vliegtuigen zou gaan bouwen. De
tweepersoons lesvliegtuigjes waren wel van een ander
kaliber dan de verkeerstoestellen van Fokker en de
activiteiten zouden vooral bestaan uit het
assembleren van in het buitenland gefabriceerde
onderdelen, maar toch: Nederland zou weer een
bescheiden "zelfscheppende
vliegtuigindustrie" krijgen. En de 'Eaglet',
zoals het Hollandse vliegtuigje zou gaan heten, was
nog maar het begin.
Het toestel dat het Helderse
bedrijfje zou bouwen was een aangepaste versie van de
'Namcu', een prototype dat was ontwikkeld door de
Chileense vliegtuigbouwer ENAER. De motor zou komen
uit de verenigde staten, de meeste andere onderdelen
en de kunststof romp uit Chili. Het toestel zou in
Nederland in elkaar gezet worden. Belangrijker was
dat de Nederlandse fabriek zorg zou dragen voor
internationale certificering en met de Technische
Universiteit Delft enkele noodzakelijke aanpassingen
aan het model doorvoeren.
De Eaglet zou de strijd
aangaan met modellen van Cessna en Piper, de
dominante spelers op de markt voor kleine
vleigtuigen. De voor uitzichten op de markt voor
lestoestellen waren uitstekend, liet de directie van
het bedrijf weten. De Eaglet zou weliswaar relatief
duur in aanschaf zijn, maar vanwege het lage gewicht
en de aerodynamische vormgeving aanzienlijk goedkoper
in gebruik dan de veertig jaar oude Cessna- en
Piper-modellen, die volgens Euro-ENAER nooit de
veiligheidstests zouden overleven als ze nu
gecertificeerd werden.
In 1998 zouden de eerste
vliegtuigen in Den Helder gebouwd worden, voorspelde
initiatiefnemer Jan van Toorn. Binnen enkele jaren
zouden er jaarlijks enkele tientallen toestellen uit
het fabriekje rollen, made in Holland.
De eerste berichten uit Den
Helder klonken bemoedigend. In juli 1998 presenteerde
Euro-ENAER het prototype van de Eaglet en maakte het
bekend dat de eerste toestellen voor het eind van het
jaar in produktie konden worden genomen. Maar
vervolgens bleef het lange tijd stil.
Heel lang. In juli 2000 bleken
de benodigde certificaten nog steeds niet binnen,
maar dat was volgens de directie een kwestie van
enkele maanden. Maar ook die maanden gingen voorbij
zonder dat er iets gebeurde. Pas in juli 2001 melde
Euro-ENAER dat het certificaat om het toestel te
mogen bouwen, binnen was. Ook als de
productieprocessen werden goedgekeurd door de dienst
luchtvaart van het ministerie van Verkeer en
Waterstaat, de opvolger van de Rijksluchtvaartdienst,
zou de productie van start kunnen gaan. Nog een paar
maanden en ook dat zou zijn geregeld, verwachte
Euro-ENAER.
De belangstelling voor het
kleine toestel was groot, het eerste vliegtuig was
zelfs al verkocht aan een vliegschool. Voor het einde
van 2001 zouden de eerste Eaglets de Helderse hangar
verlaten. Maar opnieuw bleek de directie te
optimistisch.
Op 11 december 2001 is het nog
steeds stil in de hangar aan de
Helderse luchthavenweg. In een apart compartiment
staat weliswaar iemand te werken aan mallen voor
kunststof vliegtuigonderdelen, maar die zijn niet
voor Euro-ENAER. De man werkt voor een bedrijf dat
ruimte huurt in de loods. De rest van de hangar wordt
gebruikt voor de stalling van de twee prototypen en
vliegtuigen van derden, die ruimte voor stalling
huren. Langs de wand staan enkele apparaten die zijn
gebruikt om de zelf ontworpen onderdelen van de
Eaglet te testen.
Vier jaar na de oprichting van
het bedrijf, is er, twee prototypen daargelaten, geen
enkel vliegtuig gefabriceerd in Den Helder en staat
Euro-ENAER er slecht voor. In oktober heeft het
bedrijf, waar zeven mensen werkzaam zijn, surseance
van betaling aangevraagd. Het begin van het einde?
Nee, stelt Ernst Kip ferm. De
commissaris bij Euro-ENAER is sinds enkele maanden
belast met de dagelijkse leiding van het bedrijf,
waarin hij zelf vier jaar geleden 'een aanzienlijk
bedrag' investeerde. De voormalige Helderse wethouder
van Economische Zaken heeft de taak op zich genomen
om geld bijelkaar te sprokkelen voor het noodlijdende
bedrijfje.
Iets meer dan 1,1 miljoen euro
heeft Kip nodig om het voortbestaan daarvan te
waarborgen, maar zorgen maakt hij zich niet. "We
hebben surseance aangevraagd om in allle rust de
herkapitalisatie van het bedrijf te kunnen
regelen", zegt hij. "We hebben de fout
gemaakt dat we verwachten dat investeerders vanzelf
op de deur zouden komen bonzen zodra we het
certificaat voor het vliegtuig binnen hadden, maar
dat viel tegen. Als dan ook nog eens een overeenkomst
tussen verschillende aandeelhouders over een nieuwe
kapitaalinjectie niet doorgaat, dan droogt de
kapitaalstroom op. Net op het moment dat we ons aan
het voorbereiden waren op de productie, begonnen
kleinere en daarna grotere schuldeisers aan te
kloppen. Ik ben optimistisch en ga ervan uit dat we
voor het eind van 2002 een stuk of twee vliegtuigen
hebben gemaakt".
Optimistisch of niet, Kip
heeft zijn potentiële investeerders veel uit te
leggen. "Het enige wat ik kan doen, is eerlijk
zijn. We zijn steeds te optimistisch geweest. Dat is
alles. De certificering van een vliegtuig is een
enorme onderneming. Ze zeggen wel eens dat je
daarvoor het gewicht van het toestel in papier moet
produceren en dat is niet overdreven. Uiteindelijk
heben we het nog efficiënt aangepakt. De
certificering van het toestel en de ontwerpafdeling
heeft rond de vijf miljoen gulden gekost. Andere
bedrijven waren voor het verkrijgen van dezelfde
certificaten minstens het dubbele kwijt".
Het optimisme van Kip wordt
niet gedeeld door Jan van Toorn,
behalve initiatiefnemer ook aandeelhouder in het
project. "In de huidige opzet zullen er nooit
vliegtuigen worden gebouwd in Den Helder",
voorspeld hij mismoedig. De teloorgang van Euro-ENAER
doet hen zichtbaar verdriet. Het was Van Toorn die op
het idee kwam om
'Die
Delftse ingenieurs kregen niet eens
deadlines opgelegd. Vind je het gek dat
er vertraging optrad?'
de productie van de
Eaglet-Namcu naar Nederland te halen. Met de Delftse
vliegtuigbouwkundige Michel van Tooren was hij een
van de eerste werknemers van het bedrijfje, waarvoor
hij zijn eigen vliegtuigonderhoudsbedrijf verkocht.
Maar de samenwerking tussen van Toorn en van Tooren
verliep niet naar wens. "Die Delftse ingenieurs
die bij Euro-ENAER werkten, leken vooral te ontwerpen
om het ontwerpen. Telkens moesten ze opnieuw het wiel
uitvinden, ook als er prima onderdelen bij
gespecialiseerde bedrijven verkrijgbaar waren. Ze
zijn met radiotechniek bezig geweest, ze hebben zelf
stoelen ontworpen. Mooi spul en ze werkten hard daar
niet van, maar efficiënt is anders. Ze kregen niet
eens deadlines opgelegd. Vind je het gek dat er
vertraging optrad?" Voor van Toorn liep het uit
op een drama. Na twee jaar stapte hij na ruzie op bij
Euro-ENAER. "Ik kon niet verder. Mijn gezondheid
liep gevaar. Ik was bang dat ik op een avond in
gepeins verzonken tegen een boom zou rijden."
Ook de verhoudingen
tussen de aandeelhouders zijn gespannen. Van Toorn en
enkele andere aandeelhouders wantrouwen de intenties
van een investeerder die zich heeft opgeworpen als de
redder van Euro-ENAER: de Drentse zakenman Peter
Langendijk. Hij was in de jaren negentig betrokken
bij de doorstart van Air Holland. Langendijk
verschafte Euro-ENAER een krediet, waarvoor hij op
termijn een belang van 51 procent van de aandelen zou
terugkrijgen.
Maar Van Toorn weigert de
overeenkomst te tekenen waarin de aandelen overdracht
wordt geregeld. "Ik geeft toe dat Euro-ENAER
zonder Langendijk al falliet was geweest. Maar ik zie
nergens terug hoe hoog de lening van Langendijk was
en niemand wil het me zeggen. Ik heb dus geen idee
hoeveel hij voor zijn aandelen betaalt".
Bovendien vindt Van Toorn dat er in de overeenkomst
onvoldoende wordt gegarandeerd dat Langendijk het
bedrijfje niet uitelkaar trekt zodra hij over het
meerderheidsaandeel beschikt. "Wie zegt mij dat
het Langendijk niet te doen is om alleen het
type-certificaat en de gecertificeerde
ontwerpafdeling. Die zijn geld waard, de rest van het
bedrijf bestaat alleen uit schulden. Mischien heeft
hij er helemaal geen belang bij dat er vliegtuigen
worden gebouwd en wil hij voor een zacht prijsje de
krenten uit de pap vissen". Langendijk reageert
niet op voice-mail berichten.
De patstelling tussen de
aandeelhouders bedreigt het voortbestaan van de
vliegtuigbouwer in spe. Langendijk is volgens Kip
bereid meer geld in de onderneming te steken, maar
niet voor hij zijn aandelen krijgt. "Het is
jammer dat Van Toorn zo wantrouwend is. Er zijn geen
dubbele bodems. Ik ben net als hij aandeelhouder en
zit in het zelfde schuitje. Ik geloof wel in de goede
intenties van Langendijk. Het gaat me om de
continuïteit van de onderneming. De Eaglet is een
mooi vliegtuigje. Het verdient een kans". De
tijd dringt. Als er voor 10 januari geen uitkomst is,
gaat de voorlopige surseance over in een definitieve
surseance of erger.
©FEM DeWeek 2002, wouter
van Bergen
SOURCE:
www.gra-cv.com/gracv_7_newsarticles_links.htm